Noord-Brabant nader beschouwd
Bij het wroeten in de geschiedenis richten we ons op de provincies. Het is zo ongeveer de enige bestuurlijke structuur die sinds het midden van de 18e eeuw niet is veranderd. De provincie Flevoland is er bij gekomen, dat is alles. En over Limburg valt het nodige te zeggen, dat was er lange tijd nog niet. Wij doen net of dat wel zo was. We zoomen even in op Noord-Brabant. Een stand van zaken en enige beschouwingen.
Noord-Brabant in de King-atlas van Nederland, Sneek 1981
Gemeenten en provincies
De gemeenten hebben een gigantische consolidatieslag ondergaan. In het jaar 1900 telden we er 1120, nu zijn het er 342. Het is soms zoeken uit welke oorspronkelijke plaatsen een nieuwe gemeente is ontstaan.
De postale organisatie kende vele reorganisaties. Onder de overheid begon het sterk centraal, met de inspecties (die leken op de provinciale structuur) en later de postdistricten kwam er een structuur die lange tijd stand hield. Maar na de regio’s, de rayons, de area’s zijn we de draad kwijt geraakt. Er was voor historisch onderzoek geen consistente, heldere structuur beschikbaar.
We houden dus voor de structurering vast aan de provincies, te meer daar als het om archieven, beeldbanken, bouwdossiers gaat er steeds meer provinciale structuren komen. Neem bijvoorbeeld het BHIC (Brabant Historisch Informatie Centrum) in Noord-Brabant en Treasor in Friesland.
Na een flinke worstelpartij hebben we van de provincie Noord-Brabant nu een overzicht van alle plaatsen waar ooit een postkantoor stond (190), hoe de bedrijfsvorm daarvan is veranderd, wanneer het is opgeheven of nieuw gevormd. We blijven op zoek, om de adressen van de postale panden te achterhalen en de plaatjes erbij te zoeken. Voor de grotere plaatsen lukt dat redelijk, er staan vaak historisch belangrijke gebouwen, die de status ‘monument’ hebben gekregen. Voor de kleinere plaatsen is het lastiger, behalve wanneer een regionaal archief er een plaatje van heeft. Het laatst bekende overzicht dat compleet en betrouwbaar is, is de landkaart met een overzicht van alle vestigingen waar in de jaren 80 van de vorige eeuw ALD apparatuur is geplaatst. Die kaart stamt uit het jaar 1989 of 1990). De kaart met een compleet adressenbestand op de achterzijde komt uit het particulier bestand van Henny Wesseling, die destijds projectleider was. Na de privatisering was het bewaren van documenten geen prioriteit.
De kaart van de postwegen in 1810
Op de expeditiekaart van 1965 zijn de hoofdpostkantoren weergegeven door zwarte punten.
Geen van de hierna nog te bespreken plaatsen heeft de status van hoofdpostkantoor bereikt.
Noord-Brabant nader beschouwd
Wat valt op als je Noord Brabant nader onder loep neemt?
In 1752 begon het proces van nationalisatie van de postdienst. Voor 1752 kende de provincie al 10 plaatsen, die een locatie hadden, die als postkantoor werd aangeduid. We baseren ons daarbij op de bestanden van de Nederlandse Academie voor Filatelie die we vonden op https://nedacademievoorfilatelie.nl/). Als je naar de lijst kijkt zien we de voor de hand liggende plaatsen Bergen op Zoom, Breda, ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg, maar ook de kleinere plaatsen Asten, Geertruidenberg, Heusden, Woudrichem en Steenbergen. Die laatste vijf moeten we wellicht aanmerken als” goud van oud”, in die tijd economisch van belang in bedrijfstakken die later minder prominent werden. De schoenenindustrie, geheel overvleugeld door goedkoper spul van elders, of plaatsen destijds gelegen aan een belangrijke rivier die door verandering van de waterwegen
aan een niet goed bevaarbaar stroompje kwamen te liggen. We zoeken het verder uit. In deze plaatsen kregen de kantoren de status van hoofdpostkantoor in de postale structuur van na 1850. Opgericht met prachtige kantoorgebouwen inclusief vaak een telegraafkantoor. En een woonplek voor de directeur op de bovenetage.
De kleine kantoren
Hoe is het kleine kantoren vergaan? In de meeste kleine plaatsen kwam al voor 1850 een zogenaamd bestelhuis. Een bestelhuis was eigendom van een particulier met een bestaande nering die het postwerk erbij deed. Je kon er een brief naar toe brengen of ophalen. De ondernemer was dus niet in dienst van de post en werd betaald naar gelang er post kwam. Na de postwet van 1850 werden dit soort vestigingen omgezet naar een hulppostkantoor, waar een kantoorhouder werkte die voor de huisvesting zorgde, maar wel op de payroll van de overheid stond. Het aantal hulppostkantoren groeide flink. Als de kantoorhouder zelf voor een pand zorgde, betaalde de PTT huur voor de ruimte die ze in beslag nam.
In de jaren 20 en 30 van de 20e eeuw sneuvelden diverse hulppostkantoren. Vanuit de overheid werd er grote druk uitgeoefend om te besparen. De regering kwam geld te kort. Dat betekende dat op vrij grote schaal poststations werden opgericht. Net als de bestelhuizen daarvoor zonder eigen personeel. De stationhouder ontving een stukloon.
Na de bevrijding in 1945 draaide het beleid weer, poststations werden weer hulppostkantoor. Een positieve kijk op de wereld met een ambitieus wederopbouw programma zal daar naar ons vermoeden zo maar de oorzaak van kunnen zijn. Waarschijnlijk kwam de stationhouder in aanmerking om hulppostkantoor te worden en bleef het kantoor waar het zat. Later in de zestiger en ook zeventiger jaren werden er in diverse Brabantse gemeenten hulpostkantoren met woning gebouwd. Tot in 1990 het aantal eigen Postkantoor-vestigingen drastisch kromp en er plattelandsagentschappen kwamen. De bestelling van poststukken was in de tussentijd meestal al overgebracht naar een naburige plaats uit efficiency overwegingen.
Wat gebeurde er met de hoofdpostkantoren?
Met de hoofdpostkantoren is het vergelijkbaar vergaan. Na 1850 werden diverse hulppostkantoren omgezet naar een hoofdpostkantoor. De beschikbaarheid van een mooi pand zal daar zeker debet aan zijn geweest. We zitten nog steeds met de vraag of er mooi pand kwam vanwege de status van hoofdpostkantoor of was het andersom, er kwam een hoofpostkantoor als beloning voor het mooie beschikbare pand. Wie het weet mag het zeggen!
In de periode 1920-1935 kwam ook hier de klad in, door de reeds genoemde overheidsbezuinigingen werden hoofdpostkantoren terug gezet naar hulpostkantoor. De directeur was zijn baan kwijt en zijn staf, er kwam weer een hulppostkantoor beheerder. Ik vermoed zo met een lager loon en minder hulptroepen. We zijn wel benieuwd hoe zo’n inkrimping verliep, in termen van personeelsbeleid. Het werd van boven opgelegd, een deal tussen de regering en de Tweede Kamer. Of er sprake was van wat later een ‘Sociaal Plan’ zou heten is nog een vraag.
In tegenstelling tot de hulppostkantoren steeg na WOII het aantal hoofdpostkantoren niet. Landelijk gezien gold dat overal behalve in het nieuwe land, wat nu Flevoland heet.
We zoomen in
Boven: Het monument aan de Botermarkt. Ansichtkaart, rond 1915?
Rechts: Heusden Botermarkt 2 in november 2024 (Streetview)
Boven een foto van het postkantoor van Geertruidenberg, een foto die we vonden op Facebook. Rechts: Hoek Markt - Koestraat in juni 2023 (bron Streetview)
Boven een wat recentere op name. Rechts: de website "Workumshoekske" vergelijkt oude gebouwen - vroeger en nu.
Asten
Asten kende lange tijd een distributiekantoor, dat in 1850 werd omgezet in een hulppostkantoor onder Helmond. We zien drie foto's. Linksboven een foto (ansichtkaart) uit het Hce.
Asten werd in 1883 gepromoveerd tot hoofdpostkantoor voor Post en Telegraaf.Linksonder het pand aan het Koningsplein (eigen foto ).
Daar onder een foto van een postkantoor uit 1919.Staat aan de Markt 14. Het ging vanaf 1932 verder ging als hulppostkantoor.
Het opvallende pand is gebouwd tussen 1919 en 1921 en is ontworpen door rijksbouwmeester M.Th. Elout in de 'Um 1800'-stijl. Het is tegenwoordig aangemerkt als officieel rijksmonument.
Het karakteristieke gebouw met de bijbehorende dienstwoning is vooral bekend om de detaillering in de bakstenen en het gestileerde natuurstenen Rijkswapen boven het ingangsportiek.
(info gemeente Aspen en Wikipedia)
Heusden
Heusden kende ook al sinds midden 18e eeuw een postvoorziening en een paardenpoststation. In 1870 werd de bestaande vestiging ge-upgrade naar hoofdpostkantoor.
In 1883 werd door rijksbouwmeester Knuttel dit pand ontworpen voor het sinds 1870 bestaande hoofdpostkantoor. Het pand bestaat nog steeds, een (rijks-)monument aan de Botermarkt 2.
Door rigoureuze bezuinigingen degradeerde het in 1938 tot ongeclassificeerd Hulppostkantoor.
Zie voor een interessant artikel: https://heusden.nieuws.nl/historisch-heusden/historisch-heusden-heusden-en-zijn-postkantoor-op-de-hoek
Geertruidenberg
Ook Geertruidenberg had van 1875 tot 1929 een kantoor met de status hoofdpostkantoor. Ook hier mocht Knuttel in 1901 een pand realiseren aan de Markt 64.
Woudrichem
Woudrichem kende vanaf 1752 al een postvoorziening, een onderkantoor van Gorinchem. In 1879 besloot de rijksoverheid in Woudrichem een hoofdpostkantoor te vestigen. Tot 1932, toen omzetting volgde naar hulppostkantoor. In 1910 bouwde Knuttel dit pand, hieronder aan de Molenstraat 10-12 als opvolger van een ander pand aan de Molenstraat
Steenbergen
Ook Steenbergen kent een schitterend voormalig postkantoor. Links onder een ansichtkaart uit de collectie van de Heemkundekring Steenbergen. De foto is gemaakt omstreeks 1900.Links en rechts onder twee foto's uit een latere periode van Kaaistraat. 21. Het kantoor huisvest nu een restaurant (https://toeristeninformatienederland.nl/regio/noord-brabant/in-de-oude-stempel-steenbergen/). Tot 1963 was het gebouw als postkantoor in gebruik. De
architect (C. van Genk) heeft het pand vormgegeven in een
laat 19e eeuwse neorenaissancestijl.
Maak jouw eigen website met JouwWeb