Post in Venlo
Op deze website hebben we al uitvoerig aandacht besteed aan de postkantoren in Limburg. Wat heet: Gerard maakt een avontuurlijke reis van een aantal dagen van noord naar zuid. Het verslag vind u hier: https://een-postgeschiedenis.jouwweb.nl/op-pad-door-nederland/limburg/de-postkantoren-van-limburg-deel-1-van-4 In dit verslag wordt ook het postkantoor van Venlo besproken – maar eigen aan zo’n reisverslag is dat er te weinig gelegenheid is om de diepte in te gaan. Tot een van onze trouwe bezoekers in zijn kelder een boek over de postgeschiedenis van Venlo terug vond. We kregen het ter beschikking op voorwaarde dat we een verhaal over Venlo zouden schrijven. Dat volgt dus nu.
De voorpagina van het boek over de Posterijen te Venlo van de hand van W.A.A.Westerhuis
Posterijen te Venlo 1642-1988
Posterijen te Venlo 1642-19881) is de naam van het handzame boekje. Het is gesigneerd door de auteur W.A.A. Westerhuis. Aanleiding tot het samenstellen was de opening van een nieuw voorsorteercentrum in Venlo in 1988. In het voorwoord memoreert de directeur J.J.M. Valks, het feit dat de bundeling een extra nut heeft omdat het gehele archief door oorlogshandelingen tijden WO II vernietigd is.
De auteur begint het verhaal met te vertellen hoe Post in de oudheid en in de Middeleeuwen georganiseerd was. Al snel komt hij in de periode na 1813 terecht. Boeiend verteld, maar het valt een beetje buiten het bestek van deze website. Globaal wordt dan de postgeschiedenis van de 19e en 20e eeuw besproken. In 1980 werden op een normale dag nog 14 miljoen poststukken verzonden. We lezen een verhaal over automatisering, postcodes, de Postbank, de EKP-gebieden. In Hoofdstuk II op bladzijde 23 start het verhaal over de posterijen in Venlo.
De eerste postmeesters
Aan het eind van de 15e eeuw startte het geregelde postvervoer. In 1516 stelde de graaf Von Taxis de eerste geregelde postdienst tussen Wenen en Brussel in. Deze graaf werd onder Filips de Schone en Karel V benoemd tot ‘postmeester generaal’. Een functie die al snel in de familie bleef (tot 1867!). In 1543 werd zijn achterneef Leonard benoemd tot postmeester-generaal der Nederlanden. Op den duur benoemde de familie -inmiddels Von Thurn und Taxis) een rijkspostmeester in Venlo.
Franz van Taxis in 1514, toegeschreven aan de Meister van Frankfurt (bron Wikipedia)
Postdienst door Von Thurn und Taxis in 1852
De bovenstaande kaart uit 1752 illustreert de ingwikkelde staatkundige positie van Venlo in 1752
De stad Venlo had in 1600 minstens acht voetboden die geregeld met brieven op reis moesten. Een zekere Hans Faessen was in 1591 de vaste bode op Brussel. Soms kregen de bodes de kans om een brief alleen tot Roermond te brengen. Zo ontstond een netwerk – in 1643 sloot de postmeester van Roermond een verdrag met Amsterdam en startte een lijn tussen Keulen en Amsterdam, via o.a. Venlo en Roermond. Roermond werd toen een (soort van) hoofdpostkantoor; Venlo, Grave en zelfs Utrecht ressorteerden onder Roermond. De sleutels van de tas waarin het vervoer plaatsvond was in handen van de postmeesters en niet van de postiljons. Veiligheid voor alles.
Op 27 februari 1646 werd (door Thurn und Taxis) Dirick Clückers benoemd tot eerste postmeester te Venlo. Het had het ambt toen al geruime tijd waargenomen en bediend ‘trouw, vlijtig en zorgvuldig’. Vermoedelijk vanaf 1642, want toen werd een keizerlijk postkantoor gevestigd in Venlo. De zoon van Dirick volgde hem in 1684 op, inclusief het voorrecht om de posthoorn te mogen gebruiken.
In de loop der jaren werd Venlo een centrum van een aantal postlijnen die o.a. ook met een postwagen werden onderhouden, ook verbindingen naar Duitsland. Niet altijd vielen de nieuwe diensten onder de verantwoordelijkheid van Von Thurn und Taxis. Het beeld dat we krijgen is dat steden onderling afspraken maakten over verbindingen. Vele vonden de opbrengsten van groot belang. Niet in het minst de keizer, die profiteerde van de Von Thurn und Taxis-verbindingen. Het gaat wat ver om alle discussies en verbindingen te noemen. Een grote verandering kwam in 1702. Nadat in het Rampjaar 1702 de Fransen verdwenen waren kreeg de Republiek invloed in Venlo en verdween het belang van de Rijkspost. Er werd een nieuwe postmeester benoemd door Von Thurn und Taxis met toestemming van de Raad van State van de Republiek. De opbrengst van de kantoren in Venlo en Roermond ging nu naar de Staat der Nederlanden. Limburg kwam in een wat lastige bestuurlijke positie tussen Pruissen, de Oostenrijkse Nederlanden en de Republiek.
Rond het midden van de 18e eeuw was het postkantoor te Venlo niet meer dan een hulpkantoor van het Rijkspostkantoor te Tegelen. De situatie veranderde in 1748 toen de burgemeester van Venlo de Raad van State toestemming vroeg om het ambt over te nemen. Hij zou het postkantoor voorzien van twee postiljons, vier à vijf paarden en twee postchaises. Hij zou voortaan 800 gulden per jaar betalen aan de staat; de kosten zouden gefinancierd worden uit de opbrengsten. Voor (na onderhandeling) f 900 kreeg Venlo niet alleen een postkantoor maar ook een station van de paardenpost. Er werd een tarieflijst vastgesteld en een concessie voor 16 jaar verleend.
Desondanks bleef er nog jaren discussie. Discussies die men zou kunnen sharen onder broodnijd. De lastige geografische positie maakt het ook niet makkelijker. Een van de grootste problemen was dat postiljons vaak brieven meenamen buiten de normale paden om. Nog los van de redetwisten om de lucratieve banen!
Om even aan te geven hoe complex de positie van Venlo was vonden we de volgende tekst: Venlo was na de vrede van Münster een deel van de zogenaamde Generaliteitslanden. Staats-Opper-Gelre, gebieden in het huidige Noord-Limburg met de stad Venlo. Na de Spaanse Successieoorlog werd Spaans Opper-Gelre gedeeltelijk door Pruisen geannexeerd als Pruisisch Opper-Gelre (1702), een deel werd Staats-Opper-Gelre, de rest werd Oostenrijks Gelre. (Bron: https://www.postroute.nl/1749/02/25/1752-generaliteitslanden-waren-gebieden-die-in-de-tijd-van-de-republiek-der-zeven-verenigde-nederlanden-onder-direct-bestuur-van-de-staten-generaal-vielen/)
De Franse tijd en verder
In 1795 werd Venlo veroverd door de Fransen en ingedeeld in het Departement van de Nedermaas. Venlo werd hoofdplaats van het kanton waartoe ook Tegelen, Belfeld en Beesel hoorden. Na de inlijving werd de Franse postwet ingevoerd. Een element hiervan was de invoering van een uniform tarief, gebaseerd op afstand en gewicht. Venlo werd aangesloten op de Franse paardenpost. In 1812 kwam het wisselstation van Tegelen naar Venlo. De wisselstations lagen op onderlinge afstanden van 15 à 20 km. De paardenpost bestond naast de postwagendiensten voor reizigers en post. Op 7 mei 1814 vertrokken de Fransen. De netwerken moesten opnieuw vorm krijgen. Het boek vertelt over de aanbesteding van bepaalde diensten. Een voorbeeld: op 11 juni 1821 kreeg G. Berg uit Venlo een contract voor een dagelijkse bodeloop van Venlo naar het Duitse Kaldenkerken (nu Kaldenkirchen). Het bodeloon bedroeg 75,60 gulden of 160 franken, te betalen door de Nederlandse en de Duitse posterijen. Vanaf 1830 liep vanaf Viersen over Kaldenkerken naar Venlo een eenspannige postwagen, spoedig daarna een tweespannige achtpersonen omnibus. Tijden van aankomst en vertrek stonden vast, geregeld werden boetes opgelegd vanwege een te late aankomst. De tijd verschilde nog wel eens op de diverse halteplaatsen. In 1834 kregen de postiljons voor de zekerheid een horloge.
Linksboven: Twee assige postkar uit de 19e eeuw, te zien in het Rijtuigmuseum in Leek
Links: De Franse paardenpost
Politieke onrust
Zoals bekend begon in 1830 de Belgische opstand. De postdirecteur W. Conraetz bleek zeer Belgisch gezind te zijn. Na enkele weken werd Venlo door de Belgen bezet. Waarschijnlijk werd toen de correspondentie met het noorden afgebroken. Er ontstond toen een lastige situatie. Hoe weer terug te eren naar normale verbindingen? Conraetz was een zeer aanzienlijke persoon in het 6600 inwoners tellende stadje. Na de definitieve vrede in 1839 vertrok hij naar België.
Zijn ‘Nederlandse’ opvolger Spee vestigde zijn woonhuis en kantoor in een pand aan de Houtstraat. Al heel snel werd hij afgelost door S. Gille Heringa, een commies van het postkantoor Utrecht. Deze vestigde het kantoor onmiddellijk na aankomst in een paar kamers in een logement ‘De Gouden Leeuw’ aan de Vleeschstraat 47. Op de plek waar de Belgische generaal Daisne zijn nachtvertrek had. De annalen vermelden dat Heringa het in Venlo erg naar zijn zin had. Hij regelde dat het Rijkswapen aan de gevel bevestigd werd. Heringa creëerde veel goodwill, o.a. door vaten met haring uit Vlaardingen te laten komen, maar moest in 1841 al weer vertrekken. Voor ons is het bijzonder dat van 1841 tot 1879 in Venlo ook een Pruisisch postkantoor gevestigd was. Dat kwam natuurlijk omdat het Hertogdom Limburg ook lid was van de Duitse Bond. Directeur Stern geeft in 1845 een beeld van de personeelsbezetting: naast de directeur, één commies, één surnumerair, één brievenbesteller en zes postboden in het arrondissement. De brievenbestelling had driemaal daags plaats. Het kantoor was ’s morgens en ’s middags enkele uren geopend. Het tijdstip van de laatste buslichting hing af van de vertrektijd van de postrit. Tot 22 uur kon men post afgeven voor de richting Grave.
In de vijftiger jaren ontstonden ook bootdiensten over de Maas, zo’n succes dat in 1854 de paardenpost kon worden opgeheven.
In 1850 werd een nieuwe postwet geïntroduceerd. Zo langzamerhand ging de postale geschiedenis van Venlo gelijk op met de algemeen Nederlandse waarover we het eerder hadden op deze website. De postdirecteur van Venlo ging vallen onder de arrondissementsinspecteur van Arnhem. In 1863 waren er 22 plaatsen gelegen binnen het arrondissement van Venlo.
In het boek lezen we meerdere anekdotes uit die tijd, ook worden de verbindingen besproken. Daarbij was de ongetemde Maas nogal eens een barrière. Een brug over de Maas tussen Venlo en Blerick werd in 1865 in gebruik genomen en loste veel problemen op. In 1866 werd de spoorlijn Venlo-Helmond-Eindhoven geopend., in 1866 de lijn Venlo-Viersen. De post ging voortaan per trein en moest tussen station en kantoor getransporteerd worden. Ook nam de hotelier van het Zwijnshoofd, als hij zijn gasten per bus van het station haalde, de post voor het naast zijn hotel aan de Houtstraat gelegen postkantoor wel mee. De lijn Venlo-Nijmegen kwam in 1883 tot stand. In later jaren werd ook veel post per (paarde)tram verzonden.
In 1869 werd het kantoor verplaatst naar een ander adres in de Houtstraat. De post werd later met een door een elektromotor aangedreven lorrie naar het station vervoerd waarna de post per trein naar Eindhoven werd afgevoerd (vanaf 1977 per vrachtauto).
Naar de Keulse Poort
Het postverkeer groeide, het aantal diensten op het postkantoor nam toe. Kortom: er ontstond gebrek aan ruimte. Er moest nieuwbouw komen. Maar wie ging dat betalen? We zien in Venlo het gebruikelijke getwist tussen Rijk en gemeente. In 1871 vroeg het Rijk B&W of ze bereid waren een kantoor te stichten. Een terrein had men al wel in gedachten. In 1867 was de vestiging ontmanteld en er was een braakliggend gebied op de plek waar vroeger de Keulse Poort stond. Uiteindelijk besloot het Rijk om de armlastige gemeente te helpen en zelf een kantoor te laten bouwen. De begroting bedroeg f 18.150. Op 1 mei 1880 werd het gebouw in gebruik genomen. In 1883 werd het ook aangewezen voor de vervulling van douaneformaliteiten. De ruimtebehoefte bleef groeien: in 1888 werden er twee stukken grond bijgekocht. Aannemer L.Bosmans realiseerde de uitbreiding van het post- en telegraafkantoor voor de som van f 16.445. Voor dat bedrag werd het gehele gebouw ook op de waterleiding aangesloten. Op 5 juli 1890 was de oplevering. In 1902 kwam de aansluiting op de gemeentelijke riolering. In 1910 moest de post tijdelijk uit het pand, want al weer werd er verbouwd wegen een uitbreiding. In 1918 kwam de aansluiting op het elektriciteitsnet. In 1923 werd er wéér verbouwd, ten behoeve van de telefoondienst.
In november 1930 was de bevond de Rijksgebouwendienst het gebouw uitermate ongeschikt, ‘hokkering, donker en onoverzichtelijk’. B&W vonden een nieuw gebouw noodzakelijk. Als eerste stap werd gekozen voor nieuwbouw op een andere plek voor de telefooncentrale, die werd in 1936 in dienst gesteld.
Op 28 maart 1938 keurde de minister de plannen voor nieuwbouw van het postkantoor op dezelfde plek goed. Raming kosten f 266.350. Op 16 oktober 1937 al werd de Post- en Telegraafdienst ondergebracht in een tijdelijke loods. De aanbesteding van de nieuwbouw vond plaats op 28 september 1939 voor een som van f 148.340. De schrijver constateert een wel erg groot verschil tussen raming en aanneemsom. Op 27 september 1941 werd de nieuwbouw in gebruik genomen. Bij de opening memoreerde directeur W.J. Meyer dat het traject naar de nieuwbouw mede door de oorlog ‘avontuurlijk’ was. In 1880 kende het kantoor 13 personeelsleden, nu 65, de geldelijke omzet van f 122.000 tot f 39 miljoen.
Bijzonder aan het gebouw was de decoratie, Charles Vos beeldhouwde drie bekende Venlose figuren in zandsteen, in de voorgevel een groots wapen van Nederland en aan beide zijden van de ingang de wapens van Venlo en Limburg. Het ontwerp van het gebouw, in de stijl van het traditionalisme was van de hand van de latere Rijksbouwmeester Hayo Hoekstra.
De oorlogsjaren waren voor Venlo en zijn postkantoor turbulent. Het gaat te ver om dat verhaal hier te doen. Enorm turbulent zelfs toen eind 1944 Venlo frontstad werd. Op 25 november 1944 bliezen de Duitsers de bruggen op, wat de verbinding met Blerick bijna onmogelijk maakte. Het nieuwe postkantoor overleefde de oorlog gelukkig. Deels puur geluk, want bij de ingang was een zware bom door het dak gekomen en in de kelder beland. Gelukkig niet afgegaan! De schade werd snel hersteld.
Na de bevrijding namen Amerikaanse legerkoks de kelder als keuken en café in gebruik. De wanden werden voorzien van muurschilderingen, maar die zijn helaas niet bewaard gebleven.
Al snel werden de postale verbindingen hersteld en bleef het postverkeer en lokettenverkeer groeien. Er werd gewoekerd met ruimte. Tijdelijke barakken werden in gebruik genomen en weer afgestoten. Tussendoor brandde in 1968 een pakketpostloods af. In april 1967 was een eerste fase van een geplande uitbreiding klaar. Meer loketten, meer postbussen en meer telefooncellen werden in gebruik genomen. In 1971 werd een nieuwe vleugel in gebruik genomen aan de Deken van Oppenzijde. Het gebouw kreeg nu een carré-vorm.
In de jaren zeventig herstructureerde Post het netwerk. Venlo werd een voorsorteercentrum (VC) waar een aantal taken van bij- en hulpkantoren geconcentreerd werden. Een deel van de sortering werd ondergebracht in een gebouw van Telecom. De post werd van en naar Eindhoven per vrachtauto afgevoerd tot op 1 oktober 1982 het EKP Sittard in gebruik werd genomen.
Voor het voorsorteercentrum kwam een apart gebouw, een tijdelijke vestiging aan de F. Bolstraat. Op 12 mei 1979 kon men hier aan het werk. In oktober 1982 begon men aan de Keulse Poort met de verbouwing van het lokettenkantoor. De Bedrijfsgeneeskundige dienst had inmiddels hier ook zijn intrek genomen.
In 1979 was het misschien al wel duidelijk dat nieuwbouw voor het VC meer dan noodzakelijk was, een efficiënter gebouw was gewenst en de postale aantallen bleven groeien. Pas in 1987 werd begonnen met nieuwbouw op het industrieterrein Groot Boller in Blerick. Kosten van de nieuwbouw 8 miljoen gulden. De laatste alinea van het boekje begint met ‘In maart 1988 zal dit VC te Blerick in gebruik worden genomen’.
Hoe ging het verder?
Het nieuwe VC aan de Marinus Dammeweg 35 heeft vele jaren goede diensten bewezen aan Post. Na het jaar 2000 gingen de aantallen te bestellen brieven sterk dalen en was het ook mogelijk steeds meer post automatisch te sorteren. Zo kwam er een huisnummersorteermachine. Na het jaar 2012 kwam een enorme logistieke reorganisatie op gang. Geleidelijk hadden de voorsorteercentra hun functie verleren. Ook de bestelkantoren verloren hun functie, post werd voortaan door parttime postbezorgers vanuit duizenden depots bezorgd. Een depot was een eenvoudige huisvesting, bijvoorbeeld een garagebox. Het bedrijf, inmiddels PostNL geheten stootte vrijwel alle gebouwen af. Naast de Sorteercentra Brieven waren alleen een relatief beperkt aantal voorbereidingslocaties (VBL) nodig. Het relatief nieuwe gebouw aan de Marinus Dammeweg kon deze functie gaan vervullen. Maar ook hier kwam een einde aan. Eind 2024 is het pand verkocht. Een einde aan een indrukwekkend stuk postale geschiedenis in Venlo.
Het lijkt er op dat het pand in 2025 is gesloopt. Op https://thijssen-emans.nl/category/projecten/ vinden we hier over een bericht. Op 6 oktober 2025 maakt de Gemeente Venlo bekend dat er een omgevingsvergunning is verleend voor nieuwbouw van een bedrijfspand.
Het voormalige hoofdpostkantoor gevestigd aan Keulse Poort 1 kreeg een betere bestemming, hoewel tot 2026 een deel van het gebouw blijkbaar nog in gebruik is bij KPN als schakelstation. Het is een rijksmonument op grond van de volgende argumentatie:
- Cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling binnen de architectuur van postkantoren.
- Architectuurhistorische waarde vanwege het belang van het pand voor de bovenregionale geschiedenis van de architectuur; de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en als voorbeeld van het oeuvre van Rijksbouwmeester Hoekstra.
- Ensemblewaarde door de markante en beeldbepalende situering aan de Keulse Poort.
- Architectonische gaafheid van het ex- en een deel van het interieur en de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid.
In 2009 verliest het gebouw zijn publieke functie na het besluit van ING en Post om te stoppen met de postkantoren van Postkantoren BV. Het wordt verkocht aan een projectontwikkelaar.
In oktober 2017 besloot de gemeenteraad dat Museum Van Bommel Van Dam hier gevestigd zou worden. Pandeigenaar Boelens de Gruyter gaf aan blij te zijn met de instemming van de Venlose gemeenteraad. Vanaf het moment dat de vastgoedontwikkelaar het rijksmonument in 2011 kocht, heeft hij zich hard gemaakt voor een culturele invulling.
Zo heeft Boelens de Gruyter al gezorgd dat de bestemming van het pand is gewijzigd van kantoor naar centrumdoeleinden (waaronder detailhandel, horeca en galeries of ateliers vallen), legde het bedrijf uit. De ontwikkelaar stelt dat hij ook voor de vestiging van woningen of horeca had kunnen kiezen, maar het bijzondere gebouw liever een bestemming gaf “die echt iets zou toevoegen aan de stad”.
Op 5 september 2021 werd het museum voor moderne en hedendaagse kunst, Van Bommel Van Dam op de nieuwe, verbouwde en uitgebreide locatie heropend. Een deel van het gebouw, waaronder het restaurant, de kelder- en zolderverdieping, is vrij toegankelijk. Een schitterende bestemming voor een prachtig gebouw!
Voor meer info zie o.a.:
W.A.A. Westerhuis Posterijen te Venlo 1642-1988 Uitgave van PTT Post Venlo, mei 1988
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpostkantoor_Keulse_Poort
https://architectenweb.nl/nieuws/artikel.aspx?id=41505 Bericht van 30 oktober 2017
https://www.vanbommelvandam.nl/van-postkantoor-tot-museum/
https://poststempels.nedacademievoorfilatelie.nl/
Dank aan Peter ter Huurne en Loes Straatman voor het ter beschikking stellen van het boek "Posterijen te Venlo"
Maak jouw eigen website met JouwWeb