Postgeschiedenis voor 1850
In alle artikelen beschrijven we stukken postgeschiedenis vanaf het jaar 1850, het jaar dat een belangrijke postwet werd ingevoerd, waarmee iedere gemeente werd verplicht een postvestiging te realiseren. Meestal was dat de directeur of kantoorhouder die een onderkomen voor zichzelf zocht en een deel van zijn woning verhuurde aan het Rijk. Later kwamen er separate gebouwen, gerealiseerd door de gemeente of het Rijk zelf, maar de exploitatie van de postdienst lag bij de nationale overheid.
Links zien we een reconstructietekening van het uniform van de postiljon in de periode van de Statenpost. voor het eerst uniforme kleding in het hele gewest - herkanbaarheid als staatsambtenaar. Aquarel, Chr. L. van Nameren. Collectie Museum voor Communicatie - nu Beeld & Geluid
De voornaamste postverbindingen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in het midden van de 18e eeuw. De kaart werd gemaakt door J.C. Overvoorde. Bron: J.J.Havelaar - Port Betaald (2002)
Modellen van postrijtuigen uit het laatste kwart van de negentiende eeuw. Bron: E.A.B.J. ten Brink - De geschiedenis van het postvervoer (1969)
Terug naar 1750
Inmiddels hebben we diverse artikelen gewijd aan de recente historie en de huidige situatie, waarmee langzamerhand de periode 1850- 2025 in beeld komt. Maar.. wat weten we eigenlijk van de periode voor 1850?
De posterijen waren van oudsher in handen van particuliere bedrijven. Die bedrijven kwamen er toen er met de post geld te verdienen was. Laten we het beginpunt van onze beschouwingen maar eens met 100 jaar vervroegen. Naar 1750.
De lucratieve postroutes waren in handen van particulieren en stadsbestuurders, die de routes pachtten. Er ontstond een netwerk van postroutes, die de belangrijke steden met elkaar verbonden, die ook aansloten bij de routes naar Duitsland en België. Er stond geen baas boven, de routes werden door overleg tussen de particuliere bedrijven geformeerd. Op Europese schaal was de adellijke familie Von Thurn und Taxis erg belangrijk. Zij opereerden honderden jaren met toestemming van de Duitse keizer. In Nederland hadden ze belangen in het oosten en het zuiden van het land.
Het jaar 1752 was belangrijk in de besturing van de postdiensten. De tijd van de Zeven Provinciën, het belangrijkste gewest Holland nam het initiatief om aan de wirwar van particuliere bodes, stedelijke postdiensten en commerciële ondernemingen een einde te maken. De Staten van Holland besloten in 1752 diensten onder eigen beheer te brengen. Ze vormden de Statenpost en nam via commissarissen deel aan de besluitvorming. Financiële motieven speelden een belangrijke rol. Post was een melkkoe. Het gewest kon de centen goed gebruiken.
Postkarte von Deutschland, 1786. Kaart uitgegeven door 'Homanns Erben' in Neurenberg. Dit is een detail van de kaart met alle postverbindingen van de Kaiserlichen Reischpost, oftewel de door de vorsten Von Thurn und Taxis uitgevoerde posttrajecten. 'Hun' gebied was222.000 km2 groot en telde11,3 miljoen inwoners. We zien dat ook de verbindingen met de Nedelanden zijn weergegeven.
Bron: Postgeschichte auf Landkarten Uitgegeven door Museum für Post und Kommunikation Berlin in 1996
Postzegel uitgegeven t.g.v. 200 jaar Postbedrijf in 1999
Dr. E.A.B.J. ten Brink geeft in 'De Geschiedenis van het Postvervoer een overzicht van de Postritten die tegen het einde van de Republiek werden uitgevoerd. We nemen over het overzicht van de buitenlandse ritten richting Duitsland via Gelderland.
Onder de postritten die slechts enkele malen per week door het Gelderse gingen
Rechts: Plaatsen met een Bestelkantoor of Distributiekantoor in Gelderland 1845
Rechtsboven: Postiljon te Paard met valies en posthoorn. Ets van Jan Luiken in zijn 'De Bykorf des Gemoeds', Amsterdam 1711
De nationalisatie
In de andere gewesten duurde deze centralisatie nog tot 1799. Dit is in 1999 uitbundig gevierd door PTT Post. De Bataafse Republiek, opgericht in 1795 nationaliseerde de postdienst – en baseerde de inrichting op die van de Franse posterijen. Na 190 jaar kwam de omgekeerde beweging met de privatisering tot KPN.
Hoe zag de situatie er in 1799 uit? Om niet in allerlei details te belanden bekijken we de situatie in Gelderland. Het postvervoer ging nog per paard of per koets. Er waren vaste postroutes, verbindingen tussen de belangrijkste Gelderse steden. De organisatie lag bij de stadspostmeesters, bij herbergiers waar de post werd afgegeven en kooplieden als tussenpersoon. Na de nationalisatie waren die hun handel kwijt, maar werden vaak in dienst genomen bij de postdienst.
Belangrijke steden met al een soort centraal punt waren Arnhem, Doesburg, Heusden, Nijmegen, Tiel, Zaltbommel en Zutphen. Later kwamen daar Apeldoorn, Culemborg, Elburg, Harderwijk, Hattem, Wageningen en Winterswijk bij.
Veel van deze plaatsen kenden een paardenpoststation. In onze stadsbezoeken hebben we een pand uit die tijd nog bezocht. Aan de Lange Hezelstraat in Nijmegen is een supermarkt, in de winkelruimte staan nog de restanten van het toenmalige paardenpoststation. In een zijstraat was de ingang voor de koetsen, zodanig dat kon worden gekeerd en gedraaid.
In Arnhem was de familie Muller verantwoordelijk voor het postwezen. Postmeesters waren voorname families, notabelen, die goed banden hadden met de lokale overheid. Het posthuis (woonhuis, kantoor en logement ) stond aan de Bakkerstraat in het oude centrum. Niet ver van de plek waar later het pand van rijksbouwmeester Peters aan het Jansplein verscheen. Het posthuis was multifunctioneel, sorteerplek, bestelhuis, logement, woonhuis en kantoor. Ook werden van hieruit de postverbindingen naar Holland en Duitsland beheerd.
Maar zoals gezegd, had de Bataafse republiek de post genationaliseerd. De touwtjes wat betreft centralisatie werden verder aangehaald in de Franse tijd en dat werd nadat Lodewijk Napoleon weer verdwenen was niet terug gedraaid. De nationale postdienst ontwikkelde zich verder.
Het bijzondere jaar 1850
Door de opkomst van de treinverbindingen verplaatsten de activiteiten zich, van de posthuizen naar meer centrale plekken in een stad of naar de stationsgebieden.
Belangrijk moment blijft toch het jaar 1850. De nieuwe postwet, die verordonneerde dat in elke gemeente postvestigingen kwamen. In bijna alle plaatsen ( ook de kleine dorpen en dat zijn er nogal veel in Gelderland ) kwam een bestelhuis. In de iets grotere plaatsen een distributiekantoor en in de nog grotere een hoofdpostkantoor. In de loop der jaren werden distributiekantoren omgezet in hoofdpostkantoren vaak op momenten dat de gemeentelijke overheid voor een representatief kantoorpand had gezorgd. Op de piek waren er 59 hoofdpostkantoren. In 185 plaatsen was een bestelhuis. De posterijen, als ambtelijke organisatie, hadden altijd een goed ontwikkeld gevoel voor hiërarchieën, diversiteit van bedrijfsvormen en nuances in de dienstverlening.
Bestelhuizen werden op enig moment omgezet in hulppostkantoren, zoals gezegd de distributiekantoren werden hulppostkantoor of hoofdpostkantoor.
In Nijmegen was een postkantoor gevestigd aan de Begijnenstraat 8-12. We zien een grote poort, die was bedoeld als in- en uitgang voor de postrijtuigen.
De veel besproken Postwet van 1850. Afbeelding aangetroffen in "Post betaald" Foto uit Collectie Museum voor Communicatie (Beeld & Geluid)
Nog een mooi voorbeeld van een historisch gezien interessant postkantoor. Drif 21 Utrecht. Toen de vorige directeur overleed besloot de nieuw aangetreden directeur, de uit Groningen afkomstige jhr. Mr. Op ten Noord het postkantoor en zijn woning te vestigen in het pand dat nu een gebouw is van de universiteit: Drift 21. We spreken nu over het jaar 1828. Voordeel van dit pand was de diep tuin met ruimte voor de (post)koetsen. Op ten Noord had toen al een carrière bij de Post achter de rug. In 1792 was hij al postmeester in Kampen, waar hij in 1795 door de Fransen werd afgezet. Pas in 1813 kon hij zijn carrière voortzetten.
Bezuinigingen vanaf 1924
In 1924 greep de overheid in. De centen raakten op, er moest bespaard worden. De Postwet 1924 zette een aantal regels wat strakker. Het gevolg was dat in het Gelderse meer dan 20 hoofdpostkantoren werden terug gezet naar hulppostkantoor, dat hulppostkantoren werden omgezet naar een eenvoudiger soort vestiging, het poststation. Kenmerkend voor het station was, dat het personeel niet op de loonlijst stond, maar stukloon ontving. Dat scheelde nog al. Ook de bouwwoede van de rijksbouwmeesters werd beteugeld. De tijd van de postkathedralen van Peters en zijn collega’s raakte voorbij, er werd gestandaardiseerd en zeker functioneler gebouwd.
Deze structuur bleef ongeveer in tact tot dat na WOII er een structuur kwam met regionalisering van de besturing. Er kwamen postdistricten en bij Telecom telefoondistricten. In de bedrijfsvoering deed de mechanisatie zijn intrede en daarmee hebben we inmiddels 75 jaar op de kosten letten achter de rug.
De plattelandspostagentschappen deden hun intrede, in plaats van de poststations. Bestelkantoren werden geconcentreerd, de sortering aan het eind van de keten gingen naar voorsorteercentra, aan de voorkant naar expeditieknoopunten, nog weer later alles bij elkaar in de sorteercentra.
Als we 200 jaar terug kijken dan is uiteraard niets meer hetzelfde. Maar ook toen al werd gezocht naar de optimale structuur en het ondernemerschap was met de particuliere postmeesters in goede handen.
Onder: Duidelijke effecten van de Postwet van 1850: verlaging van het port (Bron Ten Brink)
Maak jouw eigen website met JouwWeb