Post  - een tijdlijn

Overzicht van de bedrijfsmatige en wettelijke kaders

PostNL is nu een beursgenoteerde Naamloze Vennootschap. Voor het zo ver was is er heel wat water door de Rijn gegaan of beter gezegd: zijn heel wat stormen over de Hofvijver in Den Haag geraasd. Met regelmaat verwijzen we op deze site terug naar voormalige bedrijfsvormen, hebben we het over het samengaan van Post met de Telegraaf- en de Telefoondienst. Soms nemen we maar aan dat de lezers de verhalen in de context van de tijd kunnen plaatsen. Als leessteun nu een (soort van) chronologisch overzicht. We beginnen in 1747. Bedrijven die ontstaan zijn uit de PTT volgen we hier niet meer na de afsplitsing (zoals Postbank in 1986, KPN in 1998 en TNT Express in 2011). Elders hebben we al beschreven welke ondernemingen uit de PTT van 1989 zijn voortgekomen.

Het Placaat van de Staten van Holland en West-vriesland

Postzegel ter herdenking  van het nationaal verklaren van alle posterijen in de Bataafse Republiek. De postzegel werd uitgegeven in 1999

Vroege tijden

1747

Tot 1747 regelde elke stad zijn eigen postverbindingen. Amsterdam was behoorlijk dominant en probeerde zo veel mogelijk poststromen via Amsterdam te leiden. In de grensgebieden van de Republiek werden een aantal verbindingen onderhouden door Thurn und Taxis – een Familiebedrijf in het Duitse rijk. In 1747 kwam er een einde aan het Tweede Stadhouderloze tijdperk. Op voorstel van ’s-Gravenhage zouden de Hollandse steden hun postrecht afstaan aan Willem IV, die dit recht weer overdroeg aan de Hollandse Staten. De inkomsten zouden een welkome bron van ontvangsten zijn voor de Statenkas. Amsterdam spartelde uiteraard nogal tegen.

1752

De lokale postmeesters werden uitgekocht. In 1752 kreeg de centralisatie zijn beslag. Zo ontstond de Statenpost. In sommige steden bestonden meerdere kantoren met een eigen bestelstructuur. Ook die werden nu per stad bij elkaar gebracht. Geleidelijk werd steeds meer centraal geregeld. Hoofdcommiezen en commiezen werden aangesteld door de leiding, de Commissarissen. Maar de Republiek was een federale staat. In de overige zes gewesten en in de Generaliteitslanden bleef de postvoorziening afhankelijk van plaatselijke besturen en soms van particulieren. Geld verdienen met de postvoorziening was een zéér belangrijk doel.

1799

Op 15 januari 1799 werden alle posterijen in de Bataafse Republiek nationaal verklaard. Dat ging uiteraard niet zonder vlag of stoot.

Een Franse postiljon

Kart met de postverbindingen in het midden van de 18e eeuw

De achtrzijde van een 19e eeuwse postkar, gefotofrafeerd in het Nationaal Rijtuigmuseum Nienoord in Leek, Groningen

De Staat verenigt

1803

Op 1 januari 1803 ging de nationalisatie officieel in werking. Het bestuur werd iets uitgebreid, maar verder was het geheel geschoeid op de Hollandse leest.

1807

Op 17 april 1807 kwam de eerste wettelijke regeling van de Dienst der Posterijen tot stand, de zgn. Publicatie van koning Lodewijk Napoleon. Hierin werd het briefmonopolie en een systeem voor het berekenen van briefpost vastgelegd (naar afstand en gewicht). Er kwam een éénhoofdig bestuur, onder een directeur-generaal met een raad van drie administrateurs en een secretaris. Voor het financiële deel viel de directeur-generaal onder de minister van financiën, voor de rest rechtstreeks onder de koning.

1810

Nederland werd bij Frankrijk ingelijfd. De Franse wetten en bepalingen werden van toepassing verklaard. Niet onlogisch, want Frankrijk had de postale zaken goed op orde. Men nam ook de Franse “Generale Instructie van de dienst der Brievenposterij” over. Deze instructie regelde beter dan voorheen de belangen van het publiek. Een directeur principal was de contactambtenaaar met de Hollandse departementen. Die was tevens directeur van het postkantoor Amsterdam.

Tot 1850 werd de ‘Generale Instructie’ gehandhaafd. De grootste moeite had men met het handhaven van het monopolie.

1813

Het eenhoofdig bestuur blijft gehandhaafd: de hoogste baas krijgt de titel postmeester-generaal.

1819

Er wordt bezuinigd. Het afzonderlijk bestuur wordt opgeheven. De organisatie wordt geabsorbeerd door het ministerie van Financiën. In 1821 schuiven de Posterijen door naar een Minister van Staat, belast met de generale directie der Ontvangsten.

1824

Er wordt een administrateur der Posterijen en verdere middelen van vervoer aangesteld.

1831

De postzaken gaan weer over naar Financiën. Aan het hoofd van de afdeling van het departement komt een referendaris, vanaf 1836 wordt die tevens belast met het beheer van het postkantoor in ’s-Gravenhage. De positie van de posterijen werd steeds lager gewaardeerd. In 1850 werkten er naast de referendaris en een hoofdinspecteur niet meer dan tien man

Nieuwe wetgeving

1850

Een nieuwe Postwet! De eerste van het Koninkrijk. De referendaris krijgt de titel hoofddirecteur. De Nederlandse Postwet 1850 regelde het staatsmonopolie voor de post, de tarieven, de betaling van het briefport en de inrichting van de postadministratie. De wet werd op 27 april 1850 aan de postbeambten toegezonden. De wet verving de Franse Postwet van 1810. Ook kwamen er regels voor de oprichting van postkantoren.

De Postwet 1850 regelde ook de invoering van postzegels en vrijwillige frankering met postzegels met ingang van 1 januari 1851. De eerste Nederlandse postzegels verschenen met een jaar vertraging op 1 januari 1852.

1852

Het Staatstelegraafnet werd geopend. Die kreeg een geheel eigen administratie onder Binnenlandse Zaken.

1870

De administratie van de Rijkstelegraaf wordt ondergebracht bij Financiën. Het eerste verenigde Post- en Telegraafkantoor werd gesticht in Oss.

1881

De telefoon doet zijn intrede in Nederland. Het eerste gesprek vindt plaats. De Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij maakte dit mogelijk.

1881

Na een heel lang voortraject wordt in 1880 de wet aangenomen die leidt tot de stichting van de Rijkspostspaarbank te Amsterdam. Het sparen gebeurde via de postkantoren.

Linksboven: Het Rijkswapen aangebracht boven de ingang van het postkatoor te Steenwijk. Gemaakt door Hildo Krop in 1920

Links: De 'Wet tot vaststelling van het Briefport en tot regeling der Brievenposterij 1850'

Samen met de Telegraaf

1884

De hoofddirecteur der Posterijen werd belast met de leiding van de Rijkstelegraaf. Met ingang van 1 januari 1986 worden beide diensten definitief samengesmolten.

1891

Het eerste Organieke Besluit over de Brievenposterij wordt genomen. De organisatie van de dienst der Posterijen en Telegrafie wordt geregeld, naast allerlei zaken op personeelsgebied. Het besluit wordt nog  een aantal keren aangepast. Later worden ook onderwerpen ondergebracht in het “Algemeen Rijks Ambtenaren Reglement” en in de “Dienst- en Arbeidsvoorwaarden PTT”.

Onder “brievenpost” wordt niet alleen verstaan het overbrengen van stukken, maar ook alles over postwissels, kwitanties, abonnementen op kranten en tijdschriften. Voor de pakketpostdienst was een afzonderlijke wet.

1893

Het hoofdbestuur wordt uit het departementaal verband gelicht. Aan het hoofdbestuur wordt een hoofdambtenaar met de titel van administrateur toegevoegd. Die krijgt de administratie onder zicht alsmede het toezicht op de comptabiliteit, voor het directe toezicht op de postdienst wordt een hoofdinspecteur aangewezen (de Telegraaf kende deze constructie al). De hoofdirecteur kreeg de titel directeur-generaal – dat was in het buitenland al gebruikelijk. Naast de directeur-generaal werkte er 79 man in het hoofdbestuur.

1897

De Rijkstelegraaf neemt de interlokale verbindingen van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij over.

1915

De Administratie der Posterijen en Telegraphie wordt omgezet in het Staatsbedrijf der P en T.

1918

Oprichting van de Postcheque- en Girodienst op 16 januari. De wet dateerde al van 1916 en het Koninklijk Besluit van 1917.

Linksboven: Ansichtkaart van het postkantoor te Overveen. Wat opvalt is het torentje. Vanuit dit soort van torentjes (veelal later afgebroken) liepen de telegraaflijnen.

Links: De voorkant van de Telefoongids van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij 1891 (Bron: Wikipedia CC BY 2.5 via www.geschiedenislokaak023.nl)

Post- en Telegraaf verenigd. Schild bevestigd op het voormalige kantoor Frederiksoord

Samen met Geld en Telefoon: Vorming van de PTT

1919

De Postcheque- en Girodienst wordt opgenomen in de Postwet van 1919. De mogelijkheid wordt gecreëerd om geld over te maken van een postgirorekening naar een spaarbankboekje.

1927

Tussen 1905 en 1927 werden alle inmiddels ontstane particuliere telefoonnetten door de Staat overgenomen.

1928

De Comptabiliteitswet wordt ingevoerd in 1927. Er komt bij de overheid uniformiteit in de hoeveelheid van comptabele administraties. Er komen uitzonderingen, vastgelegd in de Bedrijvenwet van 1928. De tak van de Rijksdienst omvattende de Posterijen, de Telegrafie en de Telefonie wordt aangewezen als een Staatsbedrijf dat een commerciële boekhouding mag voeren. Daar hoort ook een eigen begroting bij. De Algemene Rekenkamer houdt toezicht. Het woord ‘Telefonie’ wordt toegevoegd aan de naam van het staatsbedrijf der P en T. De PTT ontstaat.

1940

De gemeentelijke telefonienetten van Amsterdam, Rotterdam en ’s-Gravenhage worden overgenomen.

1941

De bezetter verleent de PTT rechtspersoonlijkheid. Een situatie die na de oorlog snel wordt teruggedraaid.

Het PTT Logo tussen 1950 en 1957

Het PTT Logo na 1957

Herstel na de oorlog

1946

Aanpassing Organiek Besluit, niet al te ingrijpend

1954

In de Postspaarbankwet van 1954 wordt het beheer van de Rijkspostspaarbank overgedragen aan de PTT. De directeur van de spaarbank is voor de dagelijkse leiding verantwoording schuldig aan de directeur-generaal van de PTT.

1955

Op 23 december 1954 wordt een nieuwe Postwet vastgesteld, een nieuwe aanwijzingswet, een nieuwe postspaarbankwet en een wet PTT-raad. De bezetter had de positie van de PTT gewijzigd, nu keert de PTT weer als normaal Staatsbedrijf terug onder de vleugels van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De nieuwe wet benoemt ook de Postcheque- en Girodienst als onderdeel van de PTT.

Op 4 april 1955 wordt met een Koninklijk Besluit het Organiek Besluit PTT 1955 vastgesteld. Dit besluit over de taak, de organisatie en het personeel geeft het Staatsbedrijf meer vrijheid om de eigen zaken te regelen en zich aan te passen aan de omstandigheden. Het monopolie en uniforme landelijke dienstverlening blijven belangrijk. De PTT besluit de inspecties op te heffen en postdistricten in te stellen. Tarieven voor diensten worden niet meer in de wet geregeld maar in verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur. Er ontstaat wat meer slagkracht voor het Staatsbedrijf, maar er blijft een groot overheidskarakter.

1972

Op 1 juni 1972 gaan de Rijkspostspaarbank en de Postcheque en girodienst samen. Beide zijn PTT-onderdelen die vallen onder de Hoofdirectie financiële en economische zaken. Samen vormen ze de Hoofdirectie Gelddiensten. Vanaf 1968 werd al samengewerkt – er werd bijvoorbeeld een renterekening gerealiseerd. Al snel daarna ontstaan ideeën over een Postgirobank.

1977

Op 1 oktober 1977 worden de centrale staf- en hulpdiensten van RPS en PCGD samengevoegd. Amsterdam wordt de hoofdzetel.

1979

Op 1 januari neemt de PCGD de Gemeentegiro van Amsterdam over.

De RPS zetelde in Amsterdam, de PCGD in 's-Gravenhage

De organisatie van PTT Post in 1981 met naam en functie zijn de topfunctionarissen vermeld. Opvallend hier is het grote aantal medewerkers in de postdistricten.

De hoofdirecteur van PTT Post legde verantwoording af aan de directeur-generaal en die ressorteerde  -tot 1989- onder de Minister van Verkeer en Waterstaat

Verzelfstandiging

1986

Na een jarenlang voorbereidingstraject en vooral veel discussie in de kamer gingen Postgiro en RPS  samen Postbank NV vormen. Ze staan voortaan los van de PTT. Vanaf 1991 was de Postbank onderdeel van de ING groep (net als NMB).

1989

Op 1 januari  wordt het Staatsbedrijf der PTT  Koninklijke PTT Nederland NV. Vooralsnog zijn alle aandelen in handen van de Staat. Voor zowel Post als Telecom ontstaat nu een beweging om zowel in Nederland als in het buitenland grote en kleine bedrijven over te nemen. Bij Post staan die vooral in het teken van de Europese liberalisatie van de postregelgeving.

1994

Op 13 juni gaat KPN NV naar de beurs. Geleidelijk gaat de Staat haar aandelen verkopen. De aandelen worden genoteerd in Londen, New York, Amsterdam en Frankfurt.

1996

Op 12 september neemt KPN  NV het Australische bedrijf TNT over.

Het splitsingsvoorstel uit 1998

Op 16 oktober 2006 werd de Koninklijke TPG Post Koninklijke TNT Post. Deze naam zou maar vijf jaren gevoerd worden.

Splitsing

1998

Op 28 juni 1998 vindt de splitsing plaats van KPN NV. Post en Telecom hebben minder met elkaar te maken dan men dacht. Na de overname ontstaan ook twee divisies die wat evenwichtiger zijn qua omvang. Het voelt wel als een natuurlijke scheiding. Toch moeten er harde noten gekraakt worden. De splitsing heet dan ook Operatie Walnoot. Er ontstaan twee nieuwe beursgenoteerde NV’s:  KPN NV (Telecom gaat verder onder de naam KPN en TNT Post Groep NV (TPG).

1999

Op 15 januari 1999 wordt het TPG-bedrijfsonderdeel PTT Post “Koninklijke PTT Post BV”.

2002

Op 15 mei een naamswijziging:  Koninklijke PTT Post wordt Koninklijke TPG Post

2005

Nog een naamswijziging op 8 april:  TPG NV verandert naam in TNT NV; de naam TNT sluit beter aan bij de internationale allure van het bedrijf

2006

Op 16 oktober 2006 wordt Koninklijke TPG Post nu Koninklijke TNT Post. Weer een nieuwe huisstijl, alles wordt oranje.

2006

De divisie Logistiek van TNT heeft te weinig synergie met de andere onderdelen. De marges zijn (te) laag. TNT blijft focussen op netwerken. Op 4 november 2006 gaat de divisie verder als CEVA Logistics. Het private equity fonds Apollo is de nieuwe eigenaar. Vrachtmanagement (het voormalige Wilson) gaat onder de vleugels van Express verder als TNT Freight Management.

220 jaar postbedrijf wordt gevierd in 2019

SANDD gaf eigen postzegels uit. Volgens www.collectura.nl zijn ze nu € 4 waard

PostNL in 2024 Bron: Jaarverslag

Liberalisering

2009

Op 5 juni 2007 neemt de Tweede Kamer een nieuwe Postwet aan. De markt wordt geliberaliseerd. Post houdt wel de plicht tot de Universele Dienstverlening. De invoering wordt uitgesteld tot 1 april 2009.

2011

De markt dwingt een splitsing af. Op 25 mei splitst TNT NV zich in TNT Express NV en Koninklijke PostNL NV. Een nieuwe huisstijl, maar PostNL blijft oranje. TNT Express wordt later overgenomen door het Amerikaanse Express bedrijf Fedex.

2019

PostNL neemt in oktober SANDD over. Dit bedrijf werd in 1999 door een aantal investeerders opgericht. Op 31 januari 2020 bezorgt SANDD de laatste poststukken. Op 1 februari 2020 zijn alle activiteiten van SANDD geïntegreerd in het netwerk van PostNL.

2026

Hoe is het met de regelgeving in 2026? De Postwet van 2009 is van toepassing. We citeren van de website van de Rijksoverheid.

“De Rijksoverheid heeft PostNL aangewezen om een basispakket aan postdiensten uit te voeren. De eisen voor dat basispakket staan in de Postwet 2009. Het is verplicht dat:

  • er verspreid over het land openbare brievenbussen staan en postservicepunten zijn;
  • het postbedrijf de openbare brievenbussen 5 dagen per week leegt;
  • het postbedrijf 5 dagen per week post bezorgt (voor rouwpost en medische post is dat 6 dagen);
  • gemiddeld minimaal 95% van de brieven de volgende dag wordt bezorgd.

De bezorgtijd voor brieven gaat per 1 juli 2026 van 24 naar 48 uur. Er worden steeds minder brieven verstuurd. Daarom is het moeilijker om brieven altijd binnen 24 uur te bezorgen. De overheid wil postbezorging betrouwbaarder maken door de bezorgtermijn te verlengen:

  • Vanaf 1 juli 2026 moet PostNL minimaal 90% van de brieven binnen 48 uur bezorgen.
  • Vanaf 1 juli 2027 moet PostNL minimaal 92% van de brieven binnen 72 uur bezorgen.
  • Voor rouwpost en medische post verandert er niets. PostNL bezorgt minimaal 95% van deze post binnen 24 uur (6 dagen per week).”

Bronnen:

Vervoerbedrijf (HGF 03.00.00) Basisopleiding voor Hoger Gekwalificeerde Functionarissen in de Exploitatieve Postdienst Uitgave PTT Post 1982

Honderd jaar telefoon 1881-1981 Uitgave PTT Telecommunicatie ’s-Gravenhage 1981

PTT 1893-1953 Uitgave Hoofdbestuur PTT  ’s-Gravenhage 1954

Drs. J.W. Veluwenkamp Honderd jaar parlementaire discussie 1881-1981 De Rijkspostspaarbank uitgeven door Hoofdirectie RPS/PCGD, april 1981

Dr. G.Hogesteeger 1799-1999 200 jaar Post in Nederland Uitgave PTT Post, ’s-Gravenhage 1998

Wikipedia

Management Journaal Post (en opvolgers)

https://www.rijksoverheid.nl/themas/economie/postbezorging/regels-voor-postbedrijven-en-bezorgen-van-post